Michael van Hoogenhuyze OVER MIJN WERK

Metamorfose in het werk van Loukie Hoos, een teruggevonden spel

Kunstenaars maken dingen, dingen die nieuw zijn, die er nog nooit zijn geweest en nu ineens een plek in deze wereld krijgen.
Om dit te kunnen moet een kunstenaar een aantal tegenstrijdige handelingen verrichten. Hij moet iets maken. Zodra hij daar een vaste procedure voor heeft is dat wat ie maakt niet nieuw meer en is het ook geen kunst maar een product. Een product verwijst naar de fantasie die een verkoper in petto heeft voor de koper. Producten zijn algemene mededelingen, geen bekentenissen of persoonlijke verklaringen.

Een ding daarentegen zwijgt en spreekt tegelijk, is er voor zichzelf, is daarmee uniek en zegt ons daardoor iets persoonlijks.
Het maken van kunst moet als resultaat een moment in de geschiedenis opleveren, de geschiedenis van de kunst, en op zijn minst de geschiedenis van het oeuvre van de maker. Een kunstenaar volgt de procedure van het maken tot op een bepaalde hoogte, maar weet er dan zo'n draai aan te geven dat het een unieke gebeurtenis wordt. Het gaat hierbij om handelingen die geen van buiten opgelegd doel mogen hebben. Ook zit er een element van herhaling in (procedure). Dit alles betekent dat het totale proces veel te maken heeft met spel.

De kunstenaar als spelbreker. Het evenwicht tussen maken, spel en geschiedenis.
Een kunstenaar maakt iets met de lichtheid van een spel, maar doordat een kunstenaar ook een spelbreker is, ontstaan er nieuwe regels, ontstaat er geschiedenis. De geschiedenis vernietigt voortdurend het spel van het maken. Maken, spel en geschiedenis moeten elkaar in evenwicht houden. Te veel 'maken' ontaardt in een automatisme, in betekenisloze bezigheid. Te veel 'spel' mist inhoud, dwingt ook nauwelijks tot kwaliteit. Te veel geschiedenis creëert een privé document, eerlijk maar onbegrijpelijk en loodzwaar. De ontwikkeling van een kunstenaar is het zoeken naar dit evenwicht. Het lijkt er op dat die zoektocht een wachten op een soort spontane lichtheid zou moeten zijn. Maar dat is niet echt het geval. Een kunstenaar is per definitie iemand die geoefend heeft. Hij heeft geoefend, gestudeerd en onderzoek gedaan. Dat hij dan vervolgens de regel van het maken vernietigt door voor het spel van de geschiedenis te kiezen, kan alleen maar na een lang studeren en oefenen.
Loukie Hoos weet in haar recente werk zo'n 'evenwichtstoestand' te bereiken. 'Evenwichtstoestand' tussen haakjes want het is niet statisch; je zou het een dynamisch evenwicht kunnen noemen. Loukie Hoos maakt reeksen van tekeningen of schilderijen. Als in een spel lijkt zo'n rij steeds bijna een echte 'serie' te worden. Maar zodra blijkt dat er te gemakkelijk regels klakkeloos worden gevolgd, verandert ze van koers. Elk volgend werk komt voort uit vorig werk, zo lijkt het, maar een werk is zowel een reactie op het vorige werk als een voortzetting van het spel. Er is dus niet één dwingende regel die aan het geheel ten grondslag ligt, een noemer waaronder alle werken uit een serie moeten vallen. En zo kun je niet echt spreken van een serie maar tegelijkertijd wel zien hoe een verzameling werken het resultaat is van een spel.
Om zo steeds te kunnen wijzigen en improviseren is veel nodig. Loukie Hoos beschikt over een ruim arsenaal aan beeldende oplossingen. Dat arsenaal heeft ze zich verworven door jarenlang experimenteren. Maar ook invloeden van buiten spelen een rol; door goed op de hoogte te zijn van de hedendaagse kunst en zich grondig te verdiepen in het werk van collega's kan ze zeer uiteenlopende vormoplossingen in haar werk toepassen.

Het werk van Loukie Hoos is niet alleen een verzameling interessante kunstwerken, maar ook een stimulerende praktijk; het plezier spat ervan af, zo lijkt het. En dat plezier is te begrijpen. Kwaliteit in de kunst zou je kunnen omschrijven als het vermogen van de kunstenaar om een ontdekking aan het publiek mede te delen. De werkwijze van Loukie Hoos is er één waarin een keten van kleine en grote ontdekkingen mogelijk en zelfs noodzakelijk is. Er is dus ruim voldoende materiaal voor handen om het plezier van ontdekken uit te dragen.

Hoe ziet haar werk er eigenlijk uit?
De meeste werken hebben een betrekkelijk klein formaat. Er is een sterke voorkeur voor een vierkant, zodat de schilderijen iets kunnen hebben van een tegel. Het gevolg daarvan is dat een toeschouwer zich kan voorstellen dat de werken liggend op tafel zijn gemaakt in plaats van staand op een ezel. Je kunt ook de neiging krijgen schilderen te draaien en vanuit een andere hoek te bekijken. Het zijn niet alleen beelden op een vlak deze schilderijen, maar ook dingen om te manipuleren.
Het formaat is belangrijk want Loukie Hoos gebruikt een tamelijk brede kwast. Binnen de schaal van de schilderijen is dat een behoorlijk groot gebaar. Met een kwaststreek kan een compleet motief aan de compositie worden toegevoegd. Zo zijn de schilderijen soms grove kalligrafieën. Er zijn geen ingevulde vlakken of toegevoegde kleine details. De beelden zijn samengesteld uit penseelstreken die hier en daar een voorstelling raken om vervolgens weer puur vorm te worden.

Het spel van Loukie Hoos is te beschouwen als een strategie van beslissingen en gebaren. Er is gekozen voor een globale compositie, voor een formaat, een kijkrichting en een kleurcontrast, meestal opgebouwd uit tussentinten, zoals grijsgeel, groenachtige tinten of paars. In haar laatste werken is gekozen voor een gezichtspunt waarbij men van de grond naar boven kijkt. In het midden ontstaat zo een leeg centrum van bleke lucht. Maar in een volgend schilderij kan die lege plek een wolk of een licht volume worden; de restvorm wordt daar het thema van het schilderij.

In de voortdurende metamorfose kunnen heel onverwachte sferen ontstaan. Sommige schilderijen herinneren aan de politieke beelden van Gerd Arntz of de visioenen van Constant. Maar even later is er een kleurkeuze en een stilering die doet denken aan de sprookjesachtige strips van Marten Toonder. De reeksen werken vormen wat dat betreft een soort conversatie waarbij ze elkaar over en weer relativeren, als ironische kleine gedichtjes uit de Romantiek.

Een dialoog tussen kunstenaar en werk, tussen werk en werk. Kijkend naar het werk van Loukie Hoos op een tentoonstelling komt de toeschouwer in een eigenaardige situatie. De werken lijken te passen in series, maar bij nadere beschouwing verschillen ze toch te veel. Je krijgt de neiging om een werk te kiezen, maar dat gaat niet omdat sommige werken de relativering van een ander werk nodig lijken te hebben. Op die manier is zo'n tentoonstelling de manifestatie van een fascinerend gesprek van Loukie Hoos met haar werk en van de werken met elkaar.

Deze praktijk is na een lange zoektocht ontstaan. Vanuit een onderzoek naar een eigen manier van werken, een persoonlijke thematiek of stijl zijn er in de loop van de vorige jaren tal van beslissingen genomen. Er ontstonden interessante uitspraken en gezichtspunten, maar geen daarvan vormde een basis voor een vaste werkwijze.

Geleidelijk heeft Loukie Hoos het onderzoek weten te combineren met een spel waarbij ze ook, en soms vooral, reageert op het materiaal dat ze zelf maakt in de vorm van vorige schilderijen en tekeningen. Daaruit groeit een praktijk, waarin afwisselend regels worden gevolgd of verworpen. Wat blijft is het plezier, een zekere ironie en ook onverwachte schoonheid, verfijnd en gelaagd ondanks de robuuste gebaren.

Het plezier dat Loukie Hoos heeft gevonden in deze werkwijze, 'het teruggevonden spel', maakt dat ze kan genieten van een stroom van ontdekkingen, maar ook milder, en misschien zelfs met plezier, kan terugkijken op beslissingen die op het moment voorlopig minder gunstig leken te zijn. Ook die momenten zijn ontdekkingen en bronnen van informatie voor een toekomstig handelen. Zo groeit haar werk geleidelijk toe naar een samengaan van ambachtelijkheid en onderzoek zodat het evenwicht tussen maken, spelen en geschiedenis bedrijven een solide basis kan krijgen: Een teruggevonden spel. Leiden, december 2013

Michael van Hoogenhuyze, oud-docent kunsttheorie, Koninklijke Academie v Beeldende Kunsten, den Haag